Wat doet de kuddebeheerder bij hoog water?

Beheerders met kuddes in de uiterwaarden, weten precies hoeveel water de begrazingsgbieden aan kunnen. Bij welke waterstand kunnen de dieren nog op hoger gelegen gedeelten binnen het gebied blijven? En bij welke waterstand moeten de dieren echt weg? Gebaseerd op de voorspellingen van bronnen als Rijkswaterstaat en Bureau Stroming, nemen kuddebeheerders een beslissing en gaan zij, als dat nodig is, over op actie.

Dit vraagt een strategische aanpak en een goede planning Ieder gebied heeft een eigen plan: de gebieden met het grootste risico krijgen altijd eerste prioriteit. Kuddebeheerders moeten namelijk voorkomen dat dieren onbereikbaar worden. Soms betekent dat, dat we dieren al wat eerder evacueren dan nodig. Of we zetten al wat eerder hooi neer op hogere delen. Er kan namelijk altijd iets tegen zitten, waardoor een klus meer tijd kost dan verwacht.

Alleen al langs de Waal bevinden zich bijna twintig begrazingsgebieden: van de Noordwaard in Werkendam tot aan de Millingerwaard bij Kekerdom. Ook collega’s in Zuid-Limburg met natuurgebieden langs de Maas, hebben met hoogwater te maken. Ieder natuurgebied is uniek: het ene gebied kan meer water aan dan het andere. Sommige gebieden hebben voldoende hogergelegen delen, terwijl in het andere gebied eerder op evacuatie moet worden overgegaan. Soms reageren dieren niet zoals je had voorzien: aan de kuddebeheerders de taak om daar zo goed mogelijk op in te springen, zonder het vertrouwen in de natuurlijke intuïtie van de grote grazers te verliezen.

Op onze website legt kuddebeheerder Marc Büchner ter illustratie uit wat er allemaal komt kijken bij het evacueren van de grote grazers in de Afferdense en Deestse uiterwaarden. Lees het artikel hier terug.