Hoe zorgt natuurlijke begrazing voor een explosie van leven?

Grote grazers staan aan de basis van een afwisselend landschap van bloemrijke graslandenruigtes, bosjes en struwelen, waarin duizenden plant- en diersoorten floreren. Een groot deel van alle planten en dieren op aarde komt voor in graslanden, ruigtes, struwelen, bosranden en alle overgangen daartussen. Al die soorten bestonden al lang voordat mensen gingen maaien en zagen.

Het zijn de grazers die van nature voor die afwisseling in het landschap zorgen. Hoe dat in zijn werk gaat? Wilde grazers lopen het hele jaar buiten, in aantallen die passen bij de hoeveelheid voedsel die in het meest kritieke seizoen (in Nederland de winter) beschikbaar is. In de zomers is er een overdaad aan voedsel. Planten worden dan niet massaal afgevreten maar krijgen de kans om te bloeien en zaden te verspreiden. Bomen en struiken kunnen rustig opgroeien.

’s Winters is er minder voedsel en vullen de grazers hun menu aan met schors, bast, knoppen en twijgen. Bomen en struiken worden zo van nature gesnoeid. De rijkdom aan overgangen tussen kort gras en opgaand bos is enorm.

In de vacht van grazers kleven tal van zaden die zo verspreid worden. Mest is een walhalla voor mestkevers en andere dieren. Zij vormen op hun beurt weer een lekker maal voor dassen en vogels. Ook verspreiden de grazers in hun mest de zaden van grassen, kruiden, bomen en struiken.