Eland

De eland is één van de meeste wijdverspreide zoogdieren ter wereld. Hij komt op bijna het gehele noordelijke halfrond voor; van Noord-Amerika via Rusland tot Scandinavië, Centraal- en Oost-Europa. In Nederland is het dier rond 1025 uitgestorven. In Europa kwam hij oorspronkelijk tot aan de zuidelijke bergketens, de Pyreneeën, Alpen, Balkan en Kaukasus, aan voor. De eland is een solitair levend dier, vertoont geen territoriaal gedrag maar gaat zijn eigen gang.

Eland in water, Jasper Canada
Eland aan rand oever

Elanden worden weleens de koning van het moeras genoemd, maar dit is niet helemaal terecht. T.o.v. andere grazers hebben elanden een relatief hoge behoefte aan ijzer en calcium, mineralen die je relatief makkelijk in moerassystemen te vinden zijn, maar niet in alle moerassen. Omgekeerd zijn deze mineralen ook in andere systemen te vinden waar elanden dan ook prima gedijen. ‘s Winters verlaten elanden veelal de natte moerassen of beekdalen en trekken ze zich terug op hogere drogere gronden. In de natte systemen is dan nog nauwelijks voedsel te vinden. Trek tussen zomerse en winterse graasgronden kan over tientallen kilometers plaatsvinden.

Elanden zijn typische ‘browsers’ of ‘snoepers’. De Europese giraf is misschien wel een betere naam voor de eland. Ze selecteren kritisch hun voedsel door her en der kleine hapjes van knoppen, twijgen of bladeren te nemen. Elanden zijn gevoeliger voor verschillende dierziektes, ziektes die zich veelal via de mest verspreiden. Teveel bij de grond moeten eten kan dan zelfs ook schadelijk zijn voor de eland, zeker wanneer veel andere soorten grazers in hetzelfde gebied leven.

De brede hoeven van de Eland verdelen zijn gewicht zodanig dat hij in drassige omstandigheden of diepe sneeuw goed uit de voeten kan. Hij vervult een sleutelrol in veel natte ecosystemen, door zijn vermogen om gebieden te betreden waar andere grote grazers niet kunnen komen. Elanden kunnen de eerste groeistadia van broekbossen vertragen en zijn in staat om verlanding van open water tegen te gaan. In poelen en moerassen kunnen ze tot wel 4 meter diepte duiken, opzoek naar voedsel. ’s

Elanden hebben een relatief groot leefgebied (400-500 ha) nodig en leven in lage dichtheden. Bij een te hoge dichtheid en daarmee samenhangende sociale druk trekken ze weg. Maar dit sluit herintroductie zeker niet uit. FREE is voorstander van een proef met elanden in de Nederlandse natuur, opdat hij hier ooit weer vrij rond kan trekken. Het meest geschikt hiervoor zou een beekdalsysteem met naastgelegen stuwwal zijn. Zo kunnen we de voorkeuren van het dier het beste leren kennen!

Eland verdwijnt in het riet
Eland verdwijnt in het riet