Kan natuurlijke begrazing alleen in heel grote natuurgebieden?

Veel natuurgebieden hebben een beperkte oppervlakte. Er staat een hek omheen, of er liggen landbouwgronden omheen waar de boer liever geen grote grazers in ziet. Grote roofdieren als wolf en lynx ontbreken veelal. Natuurlijke processen als trek, ziekte en predatie krijgen zo maar beperkt ruimte. Oerrund en wild paard zijn uitgestorven. De runderen en paarden in natuurgebieden stammen af van deze wilde voorouders maar het zijn geen volledig ‘wilde dieren’. Verrassend genoeg blijkt natuurlijke begrazing binnen al die beperkingen prima te realiseren mits goed begeleid.

Hoe groter een gebied hoe meer de beheerder terug kan treden. Maar ook in kleine gebieden in een stedelijke omgeving zorgen grazers voor verrassende natuur. Bijvoorbeeld in de havens van Amsterdam en Rotterdam. De beheerder is daar wel eerder genoodzaakt in te grijpen, bijvoorbeeld omdat uitgestoten jonge hengsten of stieren geen eigen plek kunnen verwerven. De natuurlijke trek wordt dan vervangen door een transportwagen naar een ander gebied.

In grote delen van Europa neemt de bevolking af. De oude landbouwmethodes zijn niet meer lonend en mensen verhuizen naar de stad. Het gaat vaak om eeuwenoude cultuurlandschappen in middelgebergten of rivierdelta’s. In die gebieden ontstaat volop ruimte om een gevarieerd landschap met wilde grazers te ontwikkelen. Een trekpleister voor toeristen bovendien, die een nieuwe economische impuls kan vormen.