Grote grazers in de winter

12.02.2021

Buiten is het ijskoud, maar wij zitten lekker warm binnen met een warme trui achter de kachel en kijken door het raam naar de sneeuw buiten. Maar hoe zit het eigenlijk met al die dieren buiten in de natuur, zoals bijvoorbeeld de grote grazers in veel natuurgebieden? Hoe gaan zij om met dit winterse weer? Hieronder in 5 vragen en antwoorden een beeld van grote grazers in de winter. 

Hoe blijven de dieren warm met dit weer?

Dieren leggen een dikke wintervacht aan. Die vacht bestaat vaak uit twee lagen: lange haren om regen en sneeuw af te vangen en buiten te houden en een dichte ondervacht met pluizige, sterk isolerende haren. Tevens leggen ze onder de huid een flinke vetvoorraad aan, die ook goed isoleert. Daarnaast passen de dieren hun gedrag aan. Ze zoeken de luwte op om te schuilen: in het bos, achter een bosje of struikgewas maar binnen de kudde. Ze kruipen dicht tegen elkaar aan voor warmte en beschutting. Bij grote grazers zie je dat de hele kudde dan dicht opeengepakt met de kont in de wind staat. De jongere dieren worden hierbij door de oudere dieren afgeschermd van de kou. Als het heel koud is, dan zoeken de dieren ook geen voedsel. Dicht op elkaar gepakt besparen ze meer energie dan ze in bar weer bij elkaar kunnen sprokkelen.

Wisenten op de Veluwe © Dirk Goudkuil
Door de goede isolatie van de vacht van deze wisenten op de Veluwe blijft de sneeuw er gewoon bovenop liggen en smelt niet. © Dirk Goudkuil

Kunnen jonge kalfjes en veulens wel tegen dit winterse weer?

Soms worden in de winter al kalfjes of veulens geboren. Kalveren en veulens kunnen na de geboorte vrijwel meteen opstaan en lopen. Zodra zij de warme biest van hun moeder hebben gedronken zijn hun overlevingskansen heel groot. Bijzonder is bovendien dat dieren in de winter met een extra dikke vacht geboren worden.

Galloway Loowaard © Sabine Wolters
Kalveren groeien gezond op dankzij goede zorg, warme melk en een dikke vacht. © Sabine Wolters

Hoe komen ze aan voedsel nu er overal sneeuw ligt?

Allereerst is daar die vetlaag voor. Omdat er in de winter altijd minder voedsel voorhanden is, leggen de dieren in de herfst een goede vetlaag aan. En in de winter past het lichaam zich ook qua werking aan. De dieren doen een stapje terug in activiteit om minder te verbranden en hoeven daardoor ook minder binnen te krijgen. Grote grazers kunnen daarnaast heel goed voedsel vinden onder de sneeuw. Ze schuiven de sneeuw aan de kant en omdat het onder de sneeuw nauwelijks vriest, staat daar mals gras. Vogels zoals roodborstjes, vinken merels en spreeuwen maken handig gebruik van de schoongeveegde plekjes en zoeken bij sneeuw massaal het gezelschap van runderen, paarden, wisenten. zwijnen en herten op. Indien er in het gebied niet meer voldoende voedsel voor de dieren te vinden is wordt er gestart met bijvoeren.

Roodborst bij wisent © Marcel Klootwijk
Grote grazers duwen sneeuw aan de kant en zo helpen zij ook kleinere dieren om aan voedsel te komen. © Marcel Klootwijk

Ze eten zelfs takken, dat kan toch niet goed zijn?

In de winter hebben grote grazers een andere behoefte dan in de zomer. Het gras groeit maar mondjesmaat, maar is wel erg eiwitrijk. Om de juiste balans te houden snoeien en schillen runderen, paarden en wisenten bomen en struiken. De vezelrijke bast is precies wat ze nodig hebben en een goede aanvulling van hun dieet. Het eten van bomen en struiken is dus een typische winterse activiteit en de natuur, inclusief bomen en struiken, is daar helemaal op ingesteld. Zonder deze winterse vraat zou menig natuurgebied dichtgroeien.

Winterbegrazing Galloway
In de winter vinden grote grazers een goede aanvulling van hun dieet in bomen en struiken. Sparren zijn zelfs een goede bron van vitamine C. © Arjen Boerman

Alles is bevroren, hoe kunnen de dieren drinken?

Ook al is het water heel koud, een lichaam heeft vocht nodig om goed te werken. Zolang er sneeuw ligt, kunnen de grazers de sneeuw eten om aan vocht te komen. Maar door hun gewicht zijn grote grazers ook prima in staat om zelf wakken in het ijs te slaan. Ze kiezen een plekje met zwak ijs aan de rand uit en als ze daar op gaan staan, dan breekt het ijs, of komt er water aan de rand naar boven. Dieren die hun hele leven in de natuur doorbrengen weten precies waar ze moeten zijn. Geschikte plekken worden zo van generatie op generatie doorgegeven en onthouden. Dus ook als het jarenlang niet gevroren heeft, dan weten de oudere dieren nog waar ze moeten zijn. Ook hier helpen de grote grazers weer de kleinere dieren. Hun wakken zijn een gewilde drinkplek voor vogels en kleinere zoogdieren.

Konikpaard bij een zelfgemaakt wak (Foto: Frans Tijink)
Konikpaard bij een zelfgemaakt wak. © Frans Tijink

                                                                                                                                                                         

Contactpersoon