Wolven en andere roofdieren

Soorten als wolf, beer en lynx zijn aan een opmars in Europa bezig. Met name de wolf zien we de laatste jaren ook steeds vaker in Nederland opduiken. Al in 2008 voorspelde FREE Nature samen met ARK Natuurontwikkeling en de Zoogdiervereniging dat dit zou gaan gebeuren. Samen hebben we toen het platform `Wolven in Nederland’ opgericht. Inmiddels is dit uitgegroeid tot een samenwerkingsverband van 9 verschillende maatschappelijk-, dier- en natuurorganisaties. Behalve de wolf is inmiddels ook de Goudjakhals in Nederland vastgesteld. De komende jaren staat ons nog veel moois te wachten!

Grote roofdieren horen erbij. Ze houden populaties grazers gezond door juist op de zwakke en zieke dieren te jagen. Zo krijgen ziektes minder snel de kans zich binnen een populatie grazers te verspreiden. Maar misschien nog wel belangrijker: roofdieren zijn veelal territoriaal, met binnen hun leefgebied een veelheid aan voedsel. Voor wolven geldt een minimale territorium omvang van zo’n 200 km2, voor de solitaire lynx geldt voor vrouwelijke dieren zo’n 25 km2. Mannelijke lynxen hebben meestal een groter territorium dat overlapt met die van meerdere vrouwelijke dieren.

Maar belangrijker, roofdieren als de wolf bepalen in belangrijke mate de bewegingspatronen van grote grazers. Door de zo geheten `ecologie van de angst’ gaan grazers risicovolle plekken vermijden, waardoor lokaal minder gegraasd wordt. Ook moeten dieren alerter zijn en meer bewegen. Deze stress zorgt uiteindelijk voor minder vetopbouw en verlaagde reproductie. Zowel direct, door het eten van grazers, als indirect beïnvloeden grote roofdieren zo de aantallen grazers in een gebied.

Wolf

Niet alle grazers zijn even gevoelig voor grote roofdieren. Gezonde sterke dieren in de kracht van hun leven weten veelal aan de roofdieren te ontkomen. Voor de jonge, oude en zieke dieren zijn kwetsbaar. Maar ook de grotere soorten, als wisent, waterbuffel of wildrund, zijn minder vatbaar voor roofdieren, dan de iets kleinere zoals dam- of edelhert. Vaak zie je dat in gebieden met grote roofdieren niet zozeer de biomassa aan grote grazers afneemt, maar wel dat er een bevoordeling plaatsvindt t.o.v. de grotere soorten grazers. En aangezien zij weer grotere bekken hebben, hebben zij weer een andere invloed op het landschap dan de iets kleinere grazers.