Toename genetische spreiding Rode Geuzen

Ma. 7 – 12 - 2015

Ruim 10 jaar al worden verschillende Nederlandse natuurgebieden begraasd door zogenoemde Rode Geuzen. Dit runderras is een kruising tussen het Nederlandse Brandrode rund, een primitief slag van het MRIJ-vee, en het Frans Saler rund. Een nieuwe evaluatie laat een betere spreiding van de genetische diversiteit binnen de kuddes zien.

Binnen de kudde van FREE Nature grazen zo’n 150 Rode Geuzen in verschillende natuurgebieden. Zo zijn ze onder andere te vinden in de Klompenwaard, de Beuningse uiterwaarden en bij Slot Loevestein. Sinds dit jaar graast er ook een kleine kudde in het kanaalpark bij Den Bosch en een kudde in het Geuldal in Limburg.

De Rode Geus komt voort uit de wens van natuurbeheerders voor een natuurlijk rund beter aangepast aan de Nederlandse omstandigheden. Voor dit kruisingsproject werd gekozen voor brandrode runderen, een primitief slag van het MRIJ-vee. Dit ras is al eeuwen langs onze rivieren te vinden en daarmee goed aangepast aan ons klimaat, maar ook aan de verschillende veeziektes die hier voorkomen. Helaas was ook dit ras deels doorgefokt op verschillende productie eigenschappen waarom is gekozen het ras te kruisen met een meer primitief runderras. Het Franse saler rund werd hiervoor uitgekozen. In 2005 kreeg dit nieuwe ras, na een publieksverkiezing, zijn naam, de Rode Geus.

Maar dit betekende niet dat we er in 2005 al waren. Doordat we constant doo selecteren; die dieren die niet zijn aangepast op een zelfstandig leven in de natuur met mogelijk verlies van genetische diversiteit tot gevolg, en doordat we zo nu en dan nieuwe genen inbrengen, ontwikkelt een ras zich. Bij een laatste evaluatie in 2012 hadden we de beschikking over dieren uit 3 mannelijke lijnen en 10 vrouwelijke lijnen. Er zijn toen twee nieuwe Salerstieren toegevoegd om het aantal mannelijke lijnen te vergroten. Het aantal vrouwelijke lijnen is gelijk gebleven.

Door gericht dieren te verplaatsen is de spreiding is toegenomen. Waren in 2012 nog bijna 80% van de mannelijke dieren afkomstig van één lijn, zien we nu dat dit aandeel is afgenomen tot zo’n 50%. Van een nieuw aangeschaft lijn zien we juist het aandeel toenemen van 4% naar inmiddels 15%. Ook bij de vrouwelijke lijnen zien we iets meer spreiding.

Bij het selecteren van dieren spelen meerdere factoren een rol. Allereerst of dieren wel of niet geschikt zijn om zelfstandig in de natuur te overleven, maar daarnaast ook hoe dieren op publiek reageren. Pas daarna wordt gekeken naar genetica, maar dit speelt nog steeds een belangrijk rol.