Som der soorten meer dan optelsom

Bij natuurlijke begrazing gaat het niet alleen over runderen en paarden, Natuurlijke begrazing gaat over alle inheemse soorten grote grazers. Iedere soort heeft zijn eigen unieke graasgedrag en daarmee zijn eigen invloed op het landschap. Er kunnen meer dieren in een gebied leven wanneer er sprake is van gemengde begrazing, maar ook hun invloed op het systeem neemt toe bij toenemend aantal soorten.

Rund en paard zijn echt graseters; ze eten grote hoeveelheden bulk voedsel. Aan de andere kant van het spectrum staan de browsers of snoepers. Inheemse browsers zijn o.a. het ree en de eland. Zij zoeken de meest smakelijk hapjes op, veelal knoppen en verse bladeren. Daartussenin staan de intermediate feeders, soorten die zowel grazen als snoepen.

Tijdens het groeiseizoen geldt voor alle herbivoren dat ze opzoek gaan naar de meest eiwitrijke gewassen. Veel soorten eten dan van dezelfde gewassen, immers alles is in overvloed aanwezig. In de winter vindt concurrentie plaats. Verschillende soorten gaan opzoek naar verschillende alternatieve voedselbronnen en vinden die op verschillende plaatsen. Voedselbronnen bestaan dan uit overstaande grassen en kruiden, takken, knoppen en zelf boombast. Hiermee neemt de invloed van grote herbivoren op het landschap toe wanneer meerdere soorten worden ingezet, maar kunnen er in totaal ook meer individuele dieren leven omdat er meer bronnen worden aangesproken bij gemengde begrazing.

Figuur: Indeling in type graasgedrag, aangepast naar Hofman (1989), tekeningen Esther Linnartz

Voor Nederland zijn de volgende soorten grazers inheems; ree, eland, wild zwijn, edelhert, wisent, damhert, wild rund en wild paard. Naast deze soorten komen we in Europa de volgende soorten grazers tegen; rendier, gems, steenbok, muskusos, moeflon, wilde waterbuffel, half ezel (kulan / onager) en saiga antilope.