Bijdrage FREE Nature aan discussie Oostvaardersplassen

Laten we ons samen over de Oostvaardersplassen verwonderen

Ma. 28 – 10 - 2013

Met de film 'De Nieuwe Wildernis’, de reactie film 'Nieuwe Wildernix’ op youtube en de winter voor de deur laait de discussie over de Oostvaardersplassen weer op, zoals afgelopen week in dagblad Trouw. FREE Nature directeur Chris Braat zoekt de achtergrond en de nuance.

Voor- en tegenstanders van het beheer van de Oostvaardersplassen bestrijden elkaar al jaren fanatiek. De toonzetting liegt er niet om en de rode koppen schemeren tussen de regels door. Maar de kern van de discussie wordt niet benoemd.

Natuurlijk kan het aantal (voor publiek aansprekende) soorten in de Oostvaardersplassen hoger zijn bij een lagere begrazingsdruk. Natuurlijk kun je het beheer van de Oostvaardersplassen gemakkelijk aanpassen om meer kwartelkoningen, grutto’s, grauwe kiekendieven, ringslangen of noordse woelmuizen te krijgen. Allemaal bedreigde soorten, net als de tegenwoordig algemene grauwe gans en grote zilverreiger 25 jaar geleden zeldzaam waren.

Het gebied van de Oostvaardersplassen raakt als geen ander natuurgebied mensen in positieve dan wel negatieve zin en het roept heftige reacties op. Dat is bijzonder en het maakt de Oostvaardersplassen interessant. Welk natuurgebied presteert het om jaarlijks onderwerp van gesprek te zijn in de Tweede Kamer en de media en om twee keer een internationale commissie (ICMO) aan het werk te zetten? De succesvolle film ‘De Nieuwe Wildernis’ over leven en sterven had nergens anders gemaakt kunnen worden.

Een gebied als de Oostvaardersplassen is er nooit geweest in Nederland en het zou er zonder mensen (waar onder Frans Vera) ook niet geweest zijn. De Oostvaardersplassen zijn een bijzonder cultuurverschijnsel. Alleen in het nieuw ontworpen, nog lege Zuidelijk Flevoland zonder reguliere bestuursorganen kon de fysieke en bestuurlijke ruimte voor een natuurgebied van deze aard en omvang bevochten worden. En nu ligt dat bijzondere gebied daar met inmiddels een paar honderdduizend buren. Het samengaan van de nieuwe stad en de nieuwe wildernis in de polder heeft een eigen bijna ironische logica en kwaliteit.

De meningen botsen vooral over de grote grazers. Wat is de bedoeling van de begrazing? Horen die grazers hier thuis? Welke soorten dan en in welke aantallen? Termen als ‘oernatuur’, ‘echte natuur’, ‘wildernis’ (al dan niet nieuw) en ‘natuurlijk evenwicht’ werpen net zo min licht op de zaak als de mank gaande vergelijking met intensieve veeteelt. Ieder heeft een eigen referentie en associatie bij deze termen die geen algemeen erkende definitie kennen.

Er is meer aan de hand dan een verschil van mening over de gewenste vorm van begrazing. De partijen lijken hun standpunten te baseren op eigen overtuigingen over de rol van de mens in de natuur. Impliciete overtuigingen leiden tot expliciete verschillen in visie op natuurbeheer. Argumenten leiden tot verharding van de wederzijdse standpunten. Onderzoeksresultaten (die er wel degelijk zijn), zijn altijd in het eigen voordeel uit te leggen.

Enerzijds leeft onder veel natuurliefhebbers de overtuiging van de mens als rentmeester. Een zorgzame rol die past bij de oude cultuurlandschappen die de vrijwel alle natuurgebieden in Nederland zijn. Waar het boerenland nu dood en stil is, zorgt de rentmeester met veel inspanning en inzet van vrijwilligers voor behoud van de natuur van het cultuurlandschap in reservaten. Zorgzaamheid kan doorslaan in beheersingsdrift. Alle natuurgebieden in Nederland zijn voorzien van doeltypen, doelsoorten, normbedragen, monitoringsprogramma’s en kwaliteitsborging. Goed voor de groene werkgelegenheid, maar dit is de natuurbureaucratie die de burger van de natuur dreigt te vervreemden.

Aan de andere kant leeft de overtuiging dat natuur los staat van mensen. De natuur gaat haar eigen gang en de mens is toeschouwer. Echte natuur vinden we in Amerika of Afrika, maar ook tussen de straattegels en in overhoeken van bedrijventerreinen waar mensen zich even terugtrekken. Deze houding kan doorslaan in ‘laissez faire, laissez passer’. Stervende dieren? Tja, dan is het voedsel op, dat is de natuur. Klimaatverandering? Dan krijg je gewoon andere soorten. Verdwijnt de grutto? Nou, het gaat wel goed met de zeearend. Biodiversiteit? Ik mis uitstervende soorten niet. Ook deze nonchalante houding vervreemdt mensen van de natuur om hen heen; ze voelen geen verbinding of verantwoordelijkheid voor natuur waar het kennelijk niet uitmaakt wat er gebeurt. Eerder afschuw.

Een derde mogelijkheid, naast beheersen of juist helemaal loslaten, is om mensen en dus ook de natuurbeheerder te zien als deelnemer aan het gebeuren van de natuur. Mensen bepalen niet in detail hoe een gebied er uit moet zien en welke soorten er moeten voorkomen. Natuur blijft in verandering, doelen liggen niet vast. Of we het landschap mooi vinden of niet is geen criterium voor het beheer. Er is een terughoudende houding ten opzichte van ingrijpen in ontwikkelingen. Toch kan ontwikkeling van een gebied om ingrijpen vragen en moet een beheerder zijn verantwoordelijkheid nemen. In de Oostvaardersplassen gebeurt dat nu bijvoorbeeld in de vorm van zogeheten vroeg reactief afschot van dieren in de winter.

Voor het omstreden beheer van de Oostvaardersplassen zou het organiseren van een vruchtbare dialoog een verademing kunnen zijn in de verhardende strijd. Waarschijnlijk is het mogelijk om het beheer van de grote grazers anders vorm te geven, zonder het hele concept van ‘nieuwe’ wildernis bij het oud vuil te zetten. Het gaat er bij een dialoog om dat mensen samen tot een besluit komen dat het gebied dient. Verschillen van mening zullen er blijven. Hoogstens wordt de acceptatie voor een besluit door een goede dialoog groter dan wanneer mensen vanuit de loopgraven van overtuigingen op elkaar schieten.

Persoonlijk hoop ik ook de komende 25 jaar te kunnen genieten van het verrassende en unieke karakter van de Oostvaarderplassen, inclusief paarden, runderen en edelherten, en inclusief verbinding met het Horsterwold. Net zoals ik hoop te blijven genieten van zorgvuldig beheerde buitenplaatsen, blauwgraslanden en weidevogelreservaten. Laat zulke verschillende gebieden naast elkaar de beleving van natuur in Nederland verrijken.