Rode Geus

Na een aantal jaar ervaring opgedaan te hebben met Schotse Hooglanders en Galloways, viel op dat deze dieren niet helemaal passen in het Nederlandse klimaat. De zomers zijn te warm voor deze dikbehaarde dieren. In 2000 is daarom begonnen met het kruisen van een nieuw ras, de Rode Geus. Er is gekruist met twee rassen, waarvan één oorspronkelijk Nederlands ras: het Brandrode Rund. Dit is het meest zelfredzame ras wat nog in Nederland te vinden is. Het andere kruisingsras is de Franse Saler.

De Rode Geuzen zijn op verschillende plekken in de uiterwaarden ingezet. Ze eten opvallend veel hout en doen het goed op een sober menu. Het kuddegedrag is goed ontwikkeld, de dieren hebben een sterke onderlinge binding. Naar mensen toe is de Rode Geus erg vriendelijk.

De Rode Geus heeft een dieprode kleur, staat hoog op de poten en heeft een klein uier. De dikte van de vacht past bij het Nederlandse klimaat: de zomervacht is kort en glad en de wintervacht voldoende dik. Door het korte bestaan van dit ras, is het de-domesticatieproces nog niet zo ver als bij de Schotse Hooglander en Galloway. Dat is een kwestie van tijd.

Rode Geuzen zijn onder andere te vinden in de Beuningse Uiterwaarden, de Lobberdense en Leeuwense Waard, bij Slot Loevestein en in de Diezemonding bij Den Bosch.