Bever

  • Bever

De bever is het grootste knaagdier van Europa, uitstekend aangepast aan een leven in en om het water. Met zwemvliezen aan de achterpoten, een grote platte staart en een dichte vacht. Met zijn beitelvormige snijtanden knagen ze moeiteloos de dikste bomen om; ze eten ervan, bouwen er burchten mee, dammen beken af en bevloeien zo grote stukken land. Hij is gek op de bast van zachte bomen als de populier of wilg. In de zomer eet hij veel kruiden en waterplanten. Onderwater worden takken en twijgen verzameld als voedsel voor de winter. Zo houden zij de boomgroei in toom, maken open plekken in het bos en verschaffen grote hoeveelheden dood hout. Geen enkel ander knaagdier heeft zo’n grote invloed op het landschap. En dat voor een beestje van maar 30 kilo!

Bevers zijn vooral in de schemering actief. Door rustig in de omgeving van de burcht te wachten zijn de dieren goed zichtbaar. De burcht is de woning van een hele familie. Het mannetje en zijn vrouwtje blijven hun leven lang bij elkaar. In het voorjaar worden 2 tot 4 jongen geboren. Oudere broers en zussen helpen bij de opvoeding. Als ze 2 a 3 jaar oud zijn, verlaten ze de familie en gaan op zoek naar een eigen plek. De bever bouwt de burcht door takken en waterplanten op elkaar te stapelen. Aan de binnenkant ‘metselt’ hij de takken met modder aan elkaar. De woonkamers in de burcht liggen bovenwater, de in- & uitgang bevindt zich onderwater.

Door de handel in beverbont was het dier eind 19e eeuw uit Nederland verdwenen. Herintroducties van deze imposante knager brachten hem terug langs rivieren en beken in onder andere de Biesbosch, de Gelderse Poort en in Limburg. Daar nemen de dieren nu het natuurlijke onderhoud van oevers weer voor hun rekening.