Wild paard

Vroeger waren wilde paarden in vrijwel geheel Europa en AziŽ te vinden. Na de laatste ijstijd trokken ze vanuit Spanje en gebieden aan de Kaspische zee langzaam Europa weer in. Over hoe het wilde paard er oorspronkelijk uit zag zijn er de laatste jaren veel discussies. Bovendien waren er veel lokale verschillen, zoals het hebben van korte of lange manen. Tegenwoordig worden verschillende paardenrassen ingezet om de natuurlijke rol van hun wilde voorouder weer in te nemen. Wilde rassen als przewaldski of exmoor, of rassen met een korte domesticatie geschiedenis, als konik, hucel of sorraia, mogen opnieuw verwilderen.

Sinds 1982 grazen er koniks (pools voor klein paardje) in Nederland. Dit ras is nauw verwant aan de laatste wild levende paarden van Polen. De laatste wilde paarden uit Białowieza zijn in 1780 in Polen gevangen en in wildparken geplaatst. Begin 19e eeuw zijn ze verspreid onder boeren die ze kruisten met hun eigen paarden. Zo ontstond een betrouwbaar werkpaard. Nu, ruim een eeuw later, neemt dit ras de natuurlijke plek van zijn ‘oervader’ weer in. Inmiddels leven er bijna 2.000 koniks een vrij leven in de Nederlandse natuurgebieden.

Recent onderzoek heeft een duidelijke genetische link tussen exmoors en het oorspronkelijke Europese wilde paard aangetoond. De laatste jaren zie je ook dit ras steeds vaker terug in verschillende natuurgebieden. Terwijl elders in Europa weer andere rassen de ruimte krijgen om opnieuw te verwilderen.