Herbivoren

Grote herbivoren, grazers en browsers, hebben een groot effect op het landschap. Iedere soort vervult zijn eigen unieke rol in de natuur, maar ze hebben elkaar ook nodig. Dit kan soms tot strijd om dezelfde voedselbronnen leiden, maar meestal is er sprake van spreiding of zelf facilitatie: de ene soort schept omstandigheden die de ander juist nodig heeft. Zo creŽren bevers open plekken langs het water, waar andere grazers kunnen grazen of drinken. Soorten vullen elkaar aan. Runderen eten door hun tong vooral om lang gras te slaan. Als ze het gras naar binnen trekken blijft er korter gras achter. Dit gras wordt vervolgens door paarden nog korter afgegraasd, zodat ganzen of konijnen vervolgens makkelijker kunnen foerageren.

In de loop van de evolutie hebben planten en planteneters een boeiende relatie ontwikkeld. Planten wapenen zich met onsmakelijkheid, stekels en gif, maar profiteren ook van de aanwezigheid van grazers voor het verspreiden van hun zaden of het benutten van de mest. Zo zijn complexe systemen ontstaan, waarin duizenden plant- en diersoorten, direct of indirect, afhankelijk zijn van grote grazers en van elkaar. Ze evolueerden met de natuurlijke begrazing mee.

Door jacht, stroperij en verbeterde landbouwmethodes zijn veel soorten grazers uit Nederland en Europa verdwenen. Nu mogen, door een veranderend inzicht, op steeds meer plekken in binnen en buitenland (half)wilde hoefdieren hun plek natuurlijke weer innemen. Oeros en wild paard zijn uitgestorven, maar gelukkig zijn er vervangende rassen. Wisenten en edelherten worden op steeds meer plekken in Europa getolereerd of geherintroduceerd.

Inheems in Nederland zijn: