Zomer en winter 

Bij natuurlijke begrazing lopen grazers het hele jaar buiten. Hierop zijn graslanden, ruigtes en struwelen ingespeeld. De hoeveelheid voedsel in de winter bepaald het aantal dieren. Tijdens de zomermaanden is er een overdaad aan voedsel, slechts de lekkerste grassen worden gegeten, waardoor volop ruimte ontstaat voor tal van bloemen en kruiden. De lage begrazingsdruk maakt dat duizenden planten tot bloei komen en er een prachtig mozaÔek van ruigtes en gemillimeterde stukken ontstaat. Dit landschap biedt ruim voedsel en leefruimte aan insecten en zaadeters. Planten kunnen er hun zaad verspreiden en er ontstaat een paradijs voor sprinkhanen, dagvlinders, zoogdieren, amfibieŽn en vogels. Gedurende de wintermaanden worden de minder smakkelijke overstande gewassen alsnog gegeten. Zo wordt bosontwikkeling geremt, verruiging teruggezet.

Dit is fundamenteel anders dan bij traditionele maniere van beweiding met huisvee; bij seizoensbeweiding is er sprake van hoge aantallen grazers in de zomer, ’s winters staan alle dieren op stal. Vele bloemen en kruiden, die juist voor een grote natuurlijke rijkdom zorgen, krijgen geen kans of worden te vroeg in het jaar gegeten. Talrijke onderzoeken laten zien dat extensieve jaarrondbegrazing een explosie van leven in zijn kielzog voert.